foto28a.png
Nieuwe initiatieven die een vliegwiel vormen naar verbeteringen in de zorg
> organisatie > convenant

Convenant besteding reserves voormalige vrijwillige ziekenfondsverzekering.


De vertegenwoordigers van de rechtspersonen

belast met het beheer van de reserves van de voormalige vrijwillige ziekenfondsverzekering,
de zorgverzekeraars/ziekenfondsen welke onder lastgeving de reserves van de voormalige vrijwillige ziekenfondsverzekering aan de beherend rechtspersonen hebben overgedragen, de zorgverzekeraars/ziekenfondsen die de reserves van de voormalige vrijwillige ziekenfondsverzekeringen in eigen beheer hebben

en

Zorgverzekeraars Nederland

hebben in 1999 een convenant gesloten, dat naar aanleiding van nieuwe wetgeving is geactualiseerd met ingang van 1 januari 2006.

Zij hebben overwogen dat:

  • een groot deel van de ziekenfondsen bij gelegenheid van de opheffing van de vrijwillige ziekenfondsverzekering per 1 april 1986 het beheer van de resterende private middelen van de vrijwillige ziekenfondsverzekering, verder te noemen reserves vrijwillige ziekenfondsverzekering, toevertrouwd hebben aan private rechtspersonen die aan de zorgverzekeraar/ziekenfonds zijn gelieerd;
  • de overdracht van de reserves vrijwillige ziekenfondsverzekering geschiedde onder lastgeving met betrekking tot de aanwending van de reserves;
  • de destijds opgelegde lastgeving tot op heden heeft geleid tot een in omvang beperkte aanwending van de reserves;
  • de beleggingsopbrengsten van de reserves in de loop der jaren veelal tot een aanwas van de reserves heeft geleid;
  • de vigerende lastgeving gedateerd is actualisering van de lastgeving gewenst is;
  • transparantie omtrent de aanwending van de reserves in het kader van de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de zorgverzekeraars gewenst is;
  • de nieuwe wetgeving per 1 januari 2006 tot enige aanpassingen in het 1999 afgesloten convenant noopt,

en komen het volgende overeen:

Artikel 1. Aanwending reserves


A. De reserves van de voormalige vrijwillige ziekenfondsverzekering zullen worden besteed ten behoeve van:
  • zorgverlening in de ruimste zin, en in relatie daarmee, al hetgeen kan bijdragen aan de bevordering van de kwaliteit van leven van zieke en gehandicapte mensen. De te financieren activiteiten zijn niet verzekerd krachtens wettelijke zorgverzekeringsregelingen; of
  • maatregelen ter voorkoming van ziekten; of
  • onderzoek gericht op de bevordering van de volksgezondheid en de gezondheidszorg, alsmede op de doelmatige uitvoering daarvan; of
  • het functioneren van de beheersorganisatie die uitvoering geeft aan de zorgverzekeringsactiviteiten voor zover die niet zijn te classificeren als zorg onder een van de voorgaande punten.

B. De beherende rechtspersonen zullen jaarlijks een bijdrage storten in een fonds ten behoeve van centraal te financieren projecten.
  • De omvang van de jaarlijkse dotatie bedraagt 25% van de jaarlijkse bestedingsruimte van de beherend rechtspersonen.
  • De bijdrage van de beherend rechtspersonen wordt berekend op basis van het gemiddelde van de stand der reserves op 1 januari 1985 volgens het Ziekenfondsraadadvies 331 “reserves vrijwillige verzekering” en de stand van 31 december 1996 zoals opgegeven door de beherend rechtspersonen aan de Ziekenfondsraad. Hierbij zal rekening worden gehouden met aantoonbare verantwoorde uitgaven in de tussenliggende periode1.
  • Van de middelen van het Centraal Fonds zal ten minste de helft worden besteed aan projecten ten behoeve van ouderen, gehandicapten en chronisch zieken en maximaal 5% ten behoeve van projecten in het buitenland. Omtrent de aard van de bestedingen van het Centraal Fonds wordt behalve via het jaarverslag, desgewenst informatie verstrekt aan het departement van VWS.
  • Op voordracht van de beherend rechtspersonen en Zorgverzekeraars Nederland wordt een Stichting in het leven geroepen welke tot taak heeft om aanvragen voor financiering uit het Centraal Fonds te beoordelen en toe te wijzen.
  • De Stichting hanteert bij de toewijzing van de middelen van het Centraal Fonds als uitgangspunt de criteria zoals vastgelegd in bijlage 1.
C. 75% van de jaarlijkse bestedingsruimte zal worden besteed aan decentrale, door de beherend rechtspersonen vast te stellen bestedingen.
D. Maximaal 50% van de decentrale bestedingen zal worden besteed aan bedrijfsgerelateerde projecten ten behoeve van kwaliteitsverbetering van de dienstverlening aan de verzekerden.
E. Minimaal 50% van de decentrale bestedingen zal worden besteed aan zorg gerelateerde projecten.

Artikel 2. Termijn van besteding


De reserves worden in een periode van 20 jaar vanaf 27 oktober 1999, zijnde de dag van oprichting van de Stichting Centraal Fonds RVVZ, in beginsel geheel aangewend ten behoeve van de in artikel 1 genoemde doeleinden. Bijzondere omstandigheden kunnen reden zijn voor uitzondering van de genoemde termijn mits de bijzondere omstandigheden aannemelijk kunnen worden gemaakt aan de Toetsingscommissie Besteding Reserves Voormalige Vrijwillige Ziekenfondsverzekering.

Artikel 3. Omvang reserves


A. De afspraken betreffen de reserves zoals opgegeven door de beherend rechtspersonen, respectievelijk de zorgverzekeraars ten tijde van het sluiten van het convenant. De opgaven worden getoetst door de Toetsingscommissie Besteding Reserves Voormalige Vrijwillige Ziekenfondsverzekering.
B. De omvang van de reserves is nader aangegeven in bijlage 2 en betreft omvang per
31 december 1998.
C. De Toetsingscommissie toetst de mutaties over de jaren 1997 en 1998 op grond van de voor de desbetreffende rechtspersonen geldende lastgeving, casu quo de criteria zoals vastgelegd in het convenant. Bij de toetsing dient de Toetsingscommissie rekening te houden met het feit dat het hier gaat om een overgangsperiode.
D. De Toetsingscommissie stelt jaarlijks een (minimum-)rendement vast welke de zorgverzekeraars tenminste dienen toe te voegen aan de reserves.

Artikel 4. Instelling Toetsingscommissie Besteding Reserves Voormalige Vrijwillige Ziekenfondsverzekering


Zorgverzekeraars Nederland benoemt een Toetsingscommissie Besteding Reserves Voormalige
Vrijwillige Ziekenfondsverzekering. De Toetsingscommissie bestaat uit drie leden en heeft tot taak de getrouwe uitvoering van het convenant te toetsen. De Toetsingscommissie brengt jaarlijks openbaar rapport uit omtrent de besteding en de omvang van de reserves. De rapportage betreft zowel de besteding en de omvang van de reserves van de individuele beherend rechtspersonen als de bestedingen en omvang van de reserves van de beherend rechtspersonen gezamenlijk en die van het Centraal Fonds.

Artikel 5. Financiële verantwoording


De beherend rechtspersonen en het Centraal Fonds zullen jaarlijks een door externe accountants gecertificeerd verslag over de aard en omvang van de bestedingen van de reserves alsmede van het verloop van de reserves aan de Toetsingscommissie doen toekomen.

Artikel 6. Duur van het convenant


Het convenant treedt in werking na ondertekening in 1999 en heeft een duur gelijk aan de in dit convenant gestelde termijn van aanwending van de reserves.

Artikel 7. Periodiek overleg


De betrokken organisaties voeren, indien noodzakelijk en gewenst, jaarlijks op basis van de in de artikel 4 genoemde rapportage overleg over de voortgang van de binnen het convenant gemaakte afspraken.

Artikel 8. Intrekking lastgeving, formele vastlegging verplichtingen


De zorgverzekeraars/ziekenfondsen dragen zorg voor intrekking van de destijds opgelegde last. De beherend rechtspersonen zorgen voor een passende formele vastlegging van de verplichtingen voortvloeiend uit het onderhavige convenant.

Artikel 9. Wijziging van het convenant

Dit convenant kan tussentijds door partijen worden gewijzigd met dien verstande dat de doelstelling van het convenant overeind moet blijven om de reserves aan te wenden voor projecten zoals bedoeld in dit convenant.

Algemene toelichting

De vrijwillige ziekenfondsverzekering was van oorsprong een private ziektekostenverzekering die in concurrentie met de toenmalige ziekenfondsen en particuliere ziektekostenverzekeraars werd uitgevoerd voor eigen rekening en risico. In die tijd werd ook de basis gelegd van de reserves van de vrijwillige ziekenfondsverzekering. In een later stadium werd de vrijwillige ziekenfondsverzekering grotendeels wettelijk geregeld en de individuele resultaten op vrijwillige basis verevend. Tevens was er sprake van een van overheidswege gefinancierde premiereductieregeling voor bepaalde groepen verzekerden. De aanwezige reserves groeiden in deze tijd slechts door toevoeging van de beleggingsopbrengsten. Na de opheffing van de vrijwillige ziekenfondsverzekering in 1986 resteerde voor de ziekenfondsen alleen nog de uitvoering van de verplichte publiekrechtelijke ziekenfondsverzekering. De besturen van de ziekenfondsen gaven in merendeel er de voorkeur aan om het resterende private vermogen van de vrijwillige ziekenfondsverzekering te scheiden van de exploitatie van de verplichte ziekenfondsverzekering. De reserves werden door het merendeel van de ziekenfondsen overgeheveld naar aan de ziekenfondsen gelieerde private rechtspersonen echter onder strikte lastgeving conform de statuten en reglementen van de oorspronkelijke vrijwillige ziekenfondsverzekering. In de lastgeving werd bepaald dat de reserves dienen te worden aangewend ten behoeve van:

  • de liquidatieverliezen van de Stichting Verevening Resultaten Vrijwillige Ziekenfondsverzekering;
  • de uit een eventuele reorganisatie tengevolge van de opheffing van de vrijwillige ziekenfondsverzekering voortvloeiende kosten;
  • de contractuele verplichtingen inzake overdracht van reserves, van het ziekenfonds jegens de bovenbouwinstelling in het kader van de individuele samenwerkingsovereenkomst ziekenfonds – bovenbouwinstelling;
  • voor doeleinden verband houdend met de geneeskundige verzorging van de ex-vrijwillig verzekerden en daarmee gelijk te stellen personen, alsmede maatregelen ter voorkoming van ziekten.


Op verzoek van de toenmalige Ziekenfondsraad werd aan deze lastgeving nog toegevoegd dat de verkrijgende rechtspersoon jaarlijks aan het ziekenfonds dient te rapporteren over het verloop van de overgedragen reserves en dat de reserves slechts mogen worden aangewend met instemming van het ziekenfonds.

Volgens de opgave van de Ziekenfondsraad bedroeg het totale bedrag aan overgedragen reserves ruim ƒ 400 mln. In de loop der jaren hebben afboekingen ten laste van de reserves plaatsgevonden. Beleggingsresultaten hebben in een aantal gevallen gezorgd voor een gestage aanwas van de reserves.

De zorgverzekeraars en de betrokken beherend rechtspersonen hebben geconstateerd dat de destijds opgelegde lastgeving niet meer actueel is. Zij zijn van mening dat nieuwe afspraken over de aanwending van de reserves dienen te worden gemaakt welke dienen aan te sluiten bij de huidige eisen die in bedrijfsmatig en maatschappelijke opzicht aan het beleid van de zorgverzekeraars kunnen worden gesteld.

In het voorliggende convenant komen de zorgverzekeraars en beherend rechtspersonen overeen de besteding van de reserves voor de overeengekomen periode nader te regelen met de  bedoeling om de reserves volledig af te bouwen.
Het uitgangspunt is dat de reserves bestemd worden voor doeleinden op het gebied van zorg- en dienstverlening ten behoeve van de verzekerden van de zorgverzekeraars voorzover deze niet worden gefinancierd via de reguliere wettelijke zorgverzekeringsregelingen.

Een eerste versie van het convenant is ondertekend medio 1998. Medio 1999 is aan het convenant een addendum toegevoegd. In 2006 is het convenant herzien. Dit was noodzakelijk om de bepalingen in het convenant in lijn te brengen met de situatie onder de Zorgverzekeringswet, die op 1 januari 2006 is ingevoerd. In de jaren tot 2006 is bovendien ervaring op gedaan met de werking van het convenant. Ook dit gaf aanleiding tot een aantal wijzigingen, zowel vanuit de Toetsingscommissie RVVZ als vanuit de deelnemers zelf. Hierdoor is de uitvoerbaarheid van het convenant verbeterd, zonder dat de strekking ervan is aangetast. Deze wijzigingen hebben onder meer betrekking op meer flexibiliteit in de bestedingen door de jaren heen en tussen de verschillende bestedingscategorieën, ruimere bestedingsmogelijkheden (o.a. buitenland), en de verantwoording van eventuele uitvoeringskosten. Om de leesbaarheid te vergroten is ten slotte in het voorliggende convenant het oorspronkelijke addendum opgenomen in de tekst zelf.

Artikelsgewijze toelichting


Artikel 1.
De reserves zullen worden besteed aan zorg in de ruimste zin van het woord. Aanwending van de reserves ten behoeve van regionale projecten hoeft niet te worden beperkt tot de eigen verzekerden.
Financiering van regio-overstijgende projecten (landelijk of zelfs internationaal) is uiteraard ook mogelijk. Zorgverzekeraars zijn van mening dat de reguliere zorg dient te worden bekostigd door de verplichte ziekenfondsverzekering en de AWBZ en vanaf 2006 de zorg zoals die verzekerbaar of verzekerd is krachtens wettelijke zorgverzekeringsregelingen. De reserves zullen dan ook worden aangewend voor de niet via de vergunninghoudende zorgverzekeraars verzekerde zorg. Gedacht wordt vooral aan projectmatige activiteiten zoals gezondheid en kwaliteit van leven bevorderende initiatieven, zorginnovatie, managed care, diseasemanagement, preventie, activiteiten ter bevordering van integratie van maatschappelijke zorg en gezondheidszorg, doelmatigheidsonderzoek e.d. Tot de bestedingen in dit kader worden ook gerekend de eventuele directe beheerskosten die in het kader van een project worden gemaakt.
Gelet op de aard van de dekking van de aanvullende verzekering (het betreft immers zorg die valt buiten het bereik van de wettelijke zorgverzekeringsregelingen) is in beginsel ook besteding ten behoeve van een verlaging van de premie van de aanvullende verzekering mogelijk.
De in het oorspronkelijke convenant opgenomen bepaling, dat bestedingen ten goede dienden te komen aan de verzekerden van de betrokken zorgverzekeraars, is in de herziening komen te vervallen omdat hieraan in praktische zin niet (volledig) kon worden voldaan. De nadruk op bestedingen aan ouderen, gehandicapten en chronisch zieken door het Centraal Fonds betekent echter dat de bestedingen toch voor een aanzienlijk deel worden gestuurd richting de mensen die vroeger klanten waren van de vrijwillige ziekenfondsverzekering.

Vanaf het begin heeft een aantal zorgverzekeraars en ook het Centraal Fonds projecten ondersteund in arme landen. In 1999 is voor wat betreft het Centraal Fonds besloten maximaal 3% van de beschikbare middelen hieraan te besteden. Achtergrond van deze beslissing voor het Centraal Fonds is geweest dat er noden in Nederland zijn, maar dat met relatief kleine bedragen grote bijdragen kunnen worden geleverd aan oplossing van grote noden in arme landen. Iets van de rijkdom kan worden gedeeld met de allerarmsten in de wereld. Het Centraal Fonds heeft besloten vanaf 2006 maximaal 5 % van de beschikbare middelen aan financiering van projecten in het buitenland te besteden.

Naast de omschreven bestedingsdoeleinden op het terrein van de zorg kunnen de reserves ook worden aangewend ten behoeve van de bedrijfsvoering van de zorgverzekeraars voorzover dit het functioneren van de beheersorganisatie die uitvoering geeft aan de zorgverzekeringsactiviteiten ten goede komt. In dit kader kunnen de reserves worden ingezet ten behoeve van de bevordering van de kwaliteit van informatiesystemen, de financiering van projecten zoals het  zorgpasinitiatief en benchmarking als kostenbeheersingsinstrument. Doelstelling hierbij is dat de dienstverlening aan de verzekerden door dergelijke activiteiten wordt verbeterd. Ook eventuele indirecte beheerskosten (‘overhead’) kunnen als bedrijfsgerelateerde kosten worden verantwoord. Hiermee wordt aan de wens van de Toetsingscommissie tegemoet gekomen dat dergelijke uitgaven niet ten koste gaan van de bestedingen aan zorg.
Het convenant maakt melding van bandbreedtes waarbinnen de bestedingen door de diverse rechtspersonen dienen plaats te vinden. Dit betreft in geval van de decentrale rechtspersonen een maximum aan bedrijfsgerelateerde projecten respectievelijk een minimum aan zorgprojecten. In de interpretatie van de Toetsingscommissie gaat het hier bovendien om een intentie over een aantal jaren. Aldus wordt recht gedaan aan de opvatting van de Toetsingscommissie dat er flexibiliteit in de bestedingen moet kunnen worden betracht.

Artikel 2.
De bedoeling is dat de reserves geheel worden afgebouwd. De reserves zijn echter zeer ongelijk gespreid over de zorgverzekeraars en soms geïnvesteerd in deelnemingen en duurzame activa. Het kan voorkomen als gevolg van deze omstandigheden dat de genoemde termijn van 20 jaar in sommige situaties niet haalbaar of niet doelmatig is. Indien één en ander aannemelijk kan worden gemaakt ten behoeve van de in artikel 4 genoemde Toetsingscommissie Besteding Reserves Voormalige Vrijwillige Ziekenfondsverzekering, kan een langere termijn worden aangehouden. Als voorbeeld voor een dergelijke uitzondering kan worden genoemd de situatie van één van de zorgverzekeraars met een zeer omvangrijke reserve van ongeveer 15% van het landelijk totaal. Door een financieel verantwoord en gunstig vermogensbeleid is het jaarlijks rendement van de reserve hoger dan de jaarlijkse vrijkomende afbouwsom van enig andere zorgverzekeraar. Indien deze zorgverzekeraar tot afbouw van het vermogen in de genoemde termijn van 20 jaar zou overgaan, zou een ongewenste, uitermate onevenwichtige situatie ontstaan en is er alle aanleiding voor een uitzondering. Andersom kan het voor rechtspersonen met relatief kleine vermogens doelmatig zijn om een kortere termijn dan 20 jaar aan te houden. In geval versneld wordt besteed conform de voorwaarden van de richtlijn van de Toetsingscommissie Besteding Reserves Voormalige Vrijwillige Ziekenfondsverzekering op dit punt, volstaat in dit kader een aankondiging richting de Toetsingscommissie en het Centraal Fonds. De afbouwperiode dient in dit opzicht dan ook meer te worden gezien als leidraad voor het te voeren beleid dan als wet van Meden en Perzen.

Artikel 3.
De afspraken betreffen de stand der reserves op het tijdstip van de ondertekening van het convenant in 1999 zoals opgegeven door de beherend rechtspersonen respectievelijk zorgverzekeraars. De opgaven zullen worden getoetst door de in artikel 4 genoemde Toetsingscommissie Besteding Reserves Voormalige Vrijwillige Ziekenfondsverzekering, op onder meer op basis van de door de zorgverzekeraars/ziekenfondsen aangegeven stand der reserves per ultimo 1996, in het kader van het desbetreffende onderzoek van de accountantsdienst van de Ziekenfondsraad ten behoeve van de Minister van VWS. Voorts zal ook het financieel rendement op de reserves bij de beoordeling worden betrokken alsmede de destijds opgelegde lastgeving en de bestedingsdoeleinden overeenkomstig het onderhavige convenant waar het gaat om de beoordeling van de uitgaven die ten laste van de reserves zijn gebracht.

Artikel 4.
Teneinde optimaal te voldoen aan de maatschappelijk eisen met betrekking tot verantwoordingsplicht en transparantie ten aanzien van de besteding van de reserves, benoemt Zorgverzekeraars Nederland een Toetsingscommissie Besteding Reserves Voormalige Vrijwillige Ziekenfondsverzekering. De Toetsingscommissie, bestaande uit drie te goeder naam en faam bekend staande externe deskundigen, heeft tot taak te toetsen of de besteding en de bestedingsomvang van de reserves overeenstemmen met de afspraken in het onderhavige convenant. De Toetsingscommissie brengt jaarlijks openbaar rapport uit omtrent de omvang, besteding en het verloop van de reserves.
De benoeming, taken, werkwijze en honorering van de leden van de commissie worden nader beschreven in een reglement dat door Zorgverzekeraars Nederland wordt vastgesteld. Wijzigingen in het reglement treden pas in werking na goedkeuring door Zorgverzekeraars Nederland.

Artikel 5
Teneinde de Toetsingscommissie in staat te stellen haar werkzaamheden goed uit te voeren bepaalt artikel 5 dat de zorgverzekeraars c.q. de beherend rechtspersonen jaarlijks een gecertificeerde opgave dienen te verstrekken met betrekking tot de besteding en het verloop van de reserves. De opgave behoeft niet separaat plaats te vinden en kan ook onderdeel zijn van een gecertificeerd jaarverslag van de desbetreffende rechtspersoon mits in het desbetreffende verslag een verklaring terzake van de besteding en het verloop van de reserves van de voormalige vrijwillige ziekenfondsverzekering genoegzaam worden toegelicht. Desgewenst kunnen de zorgverzekeraars c.q. de beherend rechtspersonen de opgave mondeling toelichten. Ook het Centraal Fonds brengt met betrekking tot de bestedingen een jaarverslag en jaarrekening uit. De verantwoording achteraf volstaat naar de mening van de Toetsingscommissie. Een opgave vooraf van de bestedingen door middel van een bestedingsplan acht de Toetsingscommissie dus niet (langer) noodzakelijk.

Artikel 9
Artikel 9 is bij de actualisatie van het convenant in 2006 toegevoegd met als doel eventuele ontwikkelingen die aanleiding geven het convenant aan te passen, te accommoderen. Hierbij moet worden gedacht aan wetswijzigingen e.d. waardoor strijd zou ontstaan met de tekst van het Convenant. De mogelijkheid tot wijzigingen betreffen niet de ontkrachting van de inhoud van het Convenant .

Bijlage 1

Bij het (addendum op) het Convenant Besteding Reserves Voormalige Vrijwillige Ziekenfondsverzekering (RVVZ)
   
CRITERIA VOOR TOEWIJZING GELDEN CENTRAAL FONDS RVVZ

  1. De te financieren projecten dienen niet reguliere zorg te betreffen die verzekerbaar of verzekerd is krachtens wettelijke zorgverzekeringsregelingen.
  2. De doelstelling van de projecten dient te zijn de verbetering van de doelmatigheid en kwaliteit van zorg/en of de bevordering van kwaliteit van leven van (chronisch) zieke mensen of gehandicapten. De met de projecten gemoeide uitgaven dienen betrekking te hebben op de bestedingscategorieën zoals genoemd in artikel 1 van het convenant: zorg, zorgpreventie en zorgonderzoek inclusief ondersteuning van het zorgbeleid. Gestreefd dient te worden naar een redelijke verhouding tussen de bestedingen aan zorg en zorgpreventie enerzijds en zorgonderzoek c.q. ondersteuning van het zorgbeleid anderzijds.
  3. De projecten dienen een tijdelijk karakter te hebben.
  4. De projecten dienen geen onderwerp van concurrentie tussen zorgverzekeraars te zijn. Steun aan regionale projecten komt alleen en slechts bij hoge uitzondering in aanmerking als de kennisvermeerdering die daaruit voortvloeit in het belang wordt geacht van alle zorgverzekeraars en verzekerden/ingezetenen.
  5. De projecten dienen een landelijke uitstraling te hebben en zullen mede worden beoordeeld op hun waarde in het kader van public relations respectievelijk public affairs.
  6. Ten aanzien van de projecten dient volstrekte transparantie betracht te worden. De projecten dienen bij te dragen tot verrijking van kennis en expertise van alle zorgverzekeraars.
  7. De projecten dienen te passen binnen de financiële mogelijkheden van het Centraal Fonds RVVZ.
  8. De projecten dienen te voldoen aan vormvereisten die nader worden vastgesteld door de Stichting (vermelding van aanvrager, naam en omschrijving van het project, doelstelling, doelgroep, omschrijving betrokkenen, externe participanten, aard en opzet van het project, beoogd effect, looptijd en planning, jaarlijkse besteding, raming totale uitgaven, meetbare prestatie-indicatoren).
  9. De projecten dienen op redelijke termijn uitgevoerd te kunnen worden en binnen afzienbare termijn worden afgerond. Periodieke voortgangsrapportages zijn vereist.
  10. De chronologische volgorde van binnenkomst van de aanvragen kan als criterium worden gehanteerd.


Toelichting op bijlage 1

Algemene toelichting

Net als het convenant zelf is ook de bijlage die betrekking heeft op het Centraal Fonds RVVZ in 2006 in overeenstemming gebracht met de nieuwe Zorgverzekeringswetgeving. Een aantal artikelen verdient nadere toelichting.

Artikel 2
Bevordering van kwaliteit van leven is als doelstelling opgenomen om duidelijk te maken dat het niet alleen om de zorg gaat maar ook om het welbevinden van de patiënt/cliënt

Artikel 3
De duur van de projectperiode is in het algemeen begrensd tot drie jaar. Bij hoge uitzondering kan een langere termijn worden toegestaan.

Artikel 4
Toen het Convenant tot stand kwam bestond er nog een duidelijke regionale functie van de deelnemende zorgverzekeraars. Met de invoering van de nieuwe Zorgverzekeringswet kan de regionale functie vervagen. Omdat het niet de bedoeling is dat het Centraal Fonds projecten financiert in regio’s zolang er sprake is van regionale functies van zorgverzekeraars, is bepaald dat slechts bij hoge uitzondering regionale projecten door het Centraal Fonds zullen worden ondersteund. Dit kan het geval zijn als de aard van het project een regio overstijgend doel heeft. Belangrijkste toetscriterium blijft dat projecten geen onderwerp van concurrentie tussen zorgverzekeraars  zijn.

Artikel 6
Als bij het Centraal Fonds bekend is of wordt dat een aanvraag (ook) is ingediend bij een deelnemende zorgverzekeraar, stemt het Centraal Fonds dit af met de desbetreffende deelnemende zorgverzekeraar.

 
fvo-logo.jpg